Van aandrijfassen, springplanken en andere functietitels.

21 december 2020

Frank Wijvekate

Copywriter

arbeidsmarktcommunicatie


Net verhuisd, haal je je dochter op van haar nieuwe school. Haar eerste schooldag. Jouw eerste keer ophalen. Dus daar sta je, tussen de andere moeders en vaders. Overduidelijk de nieuwe. Een moeder komt naar je toe.

“Nieuw hè.” Ja, nieuw. Je noemt je naam (en die van je dochter). Zij doet hetzelfde (ze heeft een zoon). Dan vraagt ze: “Vertel ‘ns wat over jezelf.” Slechts weinigen beginnen dan uitgebreid over het gezin waar ze uit zijn voortgekomen. Over een bizarre hobby – of juist een hele suffe. Ik hoorde ooit bij een workshop didactische vaardigheden hoe aardig het zou zijn als mensen zich zó zouden introduceren: haal een voorwerp uit je zak of tas, een sleutel, een doosje Tic Tac, een speld, en vertel wat het voor je betekent. Dan leren anderen je pas echt kennen. Geen idee of dat waar is, trouwens.

Aandrijfas

Maar de meeste mensen stellen zich voor met hun functie. Hun werk. Wat ze doen in het dagelijks leven. Jij ook. Dus op de vraag van die moeder antwoord je: “Ik ben aandrijfas.”

Heb je ooit iemand verbaasder zien kijken, geschokter eigenlijk, en al heel snel achterdochtig, gevolgd door een snelle stap naar achteren?

Toch kom je ze op internet genoeg tegen, originele functiebenamingen. Om je als bedrijf van andere bedrijven te onderscheiden. Om de functie eruit te laten springen. Om meteen duidelijk te maken wat jouw rol in de organisatie is. Aandrijfas. Je verbindt productie met marketing. Of de staf met de directie. Of het winkelpersoneel met de bedrijfsleider. Ik noem maar wat. Dan is aandrijfas best leuk gekozen. En best origineel.

Creatief

Sofie Smulders zette ’47 creatieve functietitels die je nog nooit hebt gehoord’ op een rij op deondernemer.nl. Creatief zijn ze zeker. Maar of het wijs is om boven een vacaturetekst te plaatsen?

Vroeger? Zeker. Vroeger plaatste je je vacatures immers in de kwaliteitskrant. In Intermediair. In het plaatselijke sufferdje. Tussen allemaal vergelijkbare functies. De ene kassière naast de andere. Alle marketingmedewerkers netjes op een rij. Leraar Engels, leraar Engels, leraar Engels. Zeer overzichtelijk. Echter nauwelijks onderscheidend. Meer dan het proberen waard dus, zo’n creatieve functienaam bovenin de advertentie. 

Google for Jobs

Maar nu is er internet. Google. Indeed. En sinds kort Google for Jobs. Daar is de functienaam de rankingfactor nummer 1. Google for Jobs wil structuur aanbrengen in de functietitels. En weet dat niemand zit te wachten op ninja’s, afwaskoningen of, vooruit, aandrijfassen. Met andere woorden, het is des te belangrijker dat je een functietitel kiest die bij je doelgroep bekend is. Sterker: kies een functienaam die bovenaan het cv van de ideale kandidaat staat. En anders een direct afgeleide daarvan. Saai? Reken maar. Maar wel verstandig. Je wilt immers zo gericht mogelijk zoeken naar een nieuwe medewerker. En die zoekt zo gericht mogelijk een nieuwe baan.

Bewaar je creativiteit dan voor de inleiding van je vacaturetekst. Dáár maak je duidelijk wat ‘de nieuwe’ (maar nu medewerker) gaat doen. Waarom hij of zij nu juist voor jouw organisatie moet kiezen. Waarom die baan zoveel carrièreperspectief biedt, een springplank naar de top.

Had je inderdaad ook op het schoolplein kunnen antwoorden, springplank. Enfin, toch maar niet. Meer weten over functietitels? Bij Voor Tekst weten we er alles van.